Home » Nieuws » Uitspraak Hoge Raad Kindgebonden Budget en Alleenstaande ouderkop.
 

Uitspraak Hoge Raad Kindgebonden Budget en Alleenstaande ouderkop.

Per 1 januari 2015 is de alleenstaande oudertoeslag vervallen en bestaat er recht op de zgn. alleenstaande ouderkop boven op het reeds eerder ingevoerd kind gebonden budget (kgb). Zoals eerder vermeld op deze website heeft de Expertgroep Alimentatienormen aanbevolen bij de berekening van kinderalimentatie het kgb incl. de alleenstaande ouderkop in mindering te brengen op het bedrag aan kosten van het kind. Het bedrag aan kosten van het kind, voor rekening van ouders komend, werd in veel gevallen daardoor aanzienlijk lager. Dat betekende dat de alimentatieplichtige niet-verzorgende ouder met een veel lager bedrag hoefde bij te dragen in de kosten van de kinderen. Vanaf 1 januari 2013 werd het reguliere (lagere) kgb al in mindering gebracht op de kosten van de kinderen.

Nadat een aantal rechtbanken had beslist niet mee te gaan in de Aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen per 1 januari 2015, heeft het Hof den Haag op 3 juni 2015 een aantal (prejudiciële) vragen aan de Hoge Raad gesteld. De vragen kwamen er kort gezegd op neer hoe bij het berekenen van de kinderalimentatie moet worden omgegaan met het kindgebonden budget incl. de alleenstaande ouderkop.

Nadat de Advocaat-Generaal van de Hoge Raad op 4 september 2015 heeft geadviseerd zowel het “reguliere” kgb als de alleenstaande ouderkop te zien als inkomen van de verzorgende ouder, heeft de Hoge Raad in haar uitspraak van 9 oktober 2015 het advies van de Advocaat Generaal gevolgd.

Conclusie: Ouders zijn verantwoordelijk voor de kosten van verzorging en opvoeding van hun kinderen en moeten daarin naar draagkracht bijdragen. Het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop zijn inkomensafhankelijk en worden gezien als een inkomensondersteunende maatregel. M.a.w. zulks moet worden beschouwd als een vervanging van de voorheen bestaande alleenstaande kinderkorting en de alleenstaande ouderkorting en hebben daardoor geen invloed op de hoogte van de kosten van de kinderen. Dat betekent dat zowel het kindgebonden budget als de alleenstaande ouderkop moeten worden gezien als “inkomen” van de verzorgende ouder en op die manier zijn/haar draagkracht voor kinderalimentatie hoger wordt. Voor de niet-verzorgende ouder betekent dit dat hij/zij moet bijdragen in de kosten van het kind / de kinderen die hoger zijn omdat het kgb en de alleenstaande oudertoeslag hierop niet in mindering worden gebracht. Wanneer de ouder voldoende draagkracht heeft wordt het door hem te betalen alimentatiebedrag voor het kind / de kinderen dan hoger.

De verwachting is dat de rechterlijke instanties in Nederland de uitspraak van de Hoge Raad, die niet is gedaan in een specifieke zaak maar een antwoord is op prejudiciële vragen van het Hof den Haag over de Richtlijn Kinderalimentatie, onverkort zullen volgen.

Of de uitspraak van de Hoge Raad tot gevolg heeft dat beschikkingen waarin de alimentatie is vastgesteld na 1 januari 2013 resp. 1 januari 2015 kunnen worden gewijzigd is thans de vraag. In eerdere gevallen heeft de Expertgroep Alimentatienormen bij wijzigingen van haar Richtlijn aangegeven, dat enkel de wijziging van de richtlijn geen reden is bestaande alimentatieverplichtingen te herzien. Dan moet er ook anderszins sprake zijn van een wijziging van omstandigheden, bijv. in inkomen. Bij de nieuwe beoordeling wordt dan wel de gewijzigde richtlijn toegepast.

Hebt u vragen naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor uw geval, neemt u dan telefonisch danwel per email contact op met mevr. Mr. M.H. van den Berg.

 

 

Contact

Wilt u een afspraak maken of meer informatie?

Gratis probleemanalyse

Bezoekadres:

Schouten Advocaten
Slotlaan 72
3701 GP ZEIST (UTRECHT)